Select Page

De zorg staat al een tijd in het centrum van de aandacht, het functioneren of niet functioneren is dominant aanwezig in de media. Iedereen heeft er wel een mening over. Waarbij ieder voor zich gelooft DE oplossing te hebben, en er een onwrikbaar geloof lijkt te zijn in de maakbaarheid van de situatie. Waarbij ieder zijn eigen stokpaardjes heeft zoals bekostiging, marktwerking, eigen risico, betaalbaarheid, fraude, kwaliteit, veiligheid, menselijke maat, et cetera. Hierbij steeds uitgaand van een eigen situatie, een eigen denkwijze en bijpassende vooringenomenheid. Zonder voldoende oog te hebben voor andere zienswijzen, context. Waardoor emoties snel hoog oplopen en discussie steeds meer weg heeft van een geloofsstrijd.

De wijze waarop discussies gevoerd worden, de onderwerpen, de zogenaamde bewijzen die hierbij aangehaald worden doet me denken aan de werken van Douglas Adams. Waarin superintelligente wezens zo genoeg hadden gekregen van het constante gekibbel dat zij een supercomputer, met de naam Deepthought bouwden om de ultieme vraag over het Leven, het Universum, en Alles te beantwoorden. Deep Thought berekent gedurende een verloop van 7,5 miljoen jaar het antwoord en komt dan met het antwoord … 42.

 

Men weet niet wat men aanmoet met dit exacte antwoord, aangezien men niet weet wat de ultieme vraag nu eigenlijk is. Zonder de vraag is het antwoord zonder waarde. Daarmee begint dus een nieuwe zoektocht: wat is de ultieme vraag over het Leven, het Universum, en Alles. Om de correcte vraag bij het antwoord te vinden wordt een nieuwe computer gebouwd ter grootte van een planeet. De planeet wordt “aarde” genoemd door zijn bewoners, die niet weten dat ze eigenlijk deel uitmaken van een computer. Deze computer rekent 10 miljoen jaar, maar wordt vijf minuten voor het geven van het antwoord – de vraag dus eigenlijk – vernietigd. Naar later blijkt door een groep die hun broodwinning in gevaar zagen komen als de zin van het leven zou worden ontdekt. Slechts enkele bewoners weten te ontsnappen. Omdat zij een deel van de computationele matrix in hun hersenen hebben wordt getracht de ultieme vraag te extraheren uit de hersengolfpatronen. Er verschijnt alleen de zin “Wat krijg je als je zes vermenigvuldigt met negen”

Adams neemt met deze grap de wetenschap, het rationalisme en haar aanhangers op te korrel. En dan met met name het geloof dat we alles kunnen verklaren. Dat we alles kunnen specificeren in meetbare elementen om  uiteindelijk te kunnen vatten in één enkel exact antwoord. Het reductionisme, waarbij in de poging de wereld, de context om ons heen te verklaren vanuit ons eigen perspectief  aannames, concepten en modellen gebruikt  worden. Omdat de context te complex is, zullen dit altijd versimpelingen van de realiteit zijn. Een voorbeeld is dat we alles reduceren wat geen causaal verband lijkt te hebben. Hierdoor gaat veel context verloren en worden we gesterkt in ons geloof. Menen we dat we zaken kunnen voorspellen, en op basis van deze voorspellingen kunnen plannen en maken.

De realiteit laat het ongelijk van deze vooringenomenheid zien. De realiteit laat keer op keer zien dat dergelijke complexe situaties als bijvoorbeeld het zorg eco-systeem niet vooraf beredeneerd, gepland en gemaakt kunnen worden. Dat er toch altijd meer factoren van belang zijn dan we vooraf hadden gedacht, zeker als we niet eens goed helder hebben wat de ‘vraag’ nu eigenlijk is. Dat er toch altijd onverwachte relaties en patronen zijn, die we vanwege onze denkwijze en vooringenomenheid niet zien. Dat er daarom altijd onzekerheden zijn die we niet kunnen beredeneren of voorspellen. Denk bijvoorbeeld aan de specifieke context, de menselijke factor, kosten- & economische aspecten, et cetera.

De realiteit laat ook zien dat gewenste situaties in een bepaalde context succesvol kunnen ontstaan en evolueren, waarbij oog voor context, betekenisgeving en effectuation een cruciale rol speelt. Waarbij dan niet het bedachte plan het uitgangspunt is,  maar de specifieke context. Waarbij we uitgaan van de beschikbare middelen waarmee we de oplossing kunnen effectueren. Waar met alle relevante stakeholders commitment gerealiseerd wordt over de bedoeling, de richting. Wat hierbij de voor ieder aanvaardbare risico’s zijn. Hoe deze gezamenlijk verkleind of zelfs geminimaliseerd kunnen worden.Bijvoorbeeld door samenwerking. Door het steeds zetten van kleine stapjes, waardoor (bij)sturen makkelijker is. Door te handelen in plaats van te willen voorspellen. Waardoor verrassingen niet alleen beter getackeld worden, maar zelfs tot voordeel omgebogen worden.

In deze voorbeelden ligt de oplossingsrichting. Het begint bij het besef dat er geen one solution for all problems is. Dat elke context, elke situatie uitnodigt tot een eigen passende oplossing. Dat soms de context uitnodigt tot een centrale oplossing – zoals bijvoorbeeld een single payer – en dat soms de context vraagt om een decentrale aanpak. Dat in bepaalde context de interactie, de menselijke maat leidend moet zijn, en dat in een andere context juist focus op kosten passend is.  We moeten beseffen dat de situatie niet maakbaar is, maar in een specifieke context moet ontstaan en evolueren. Dat in de zorg geldt dat we hierbij allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Dat de realiteit veel complexer is dan we op basis van onze vooringenomenheid aannemen. Dat we door die vooringenomenheid niet meer de gehele context zien. Dat we juist daarom elkaars denkwijze complementair en constructief zouden kunnen en moeten gebruiken. Dat vraagt van betrokkenen een andere mindset, een andere denkwijze. en dat is hard nodig … we kunnen een probleem namelijk niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt.

 

 

 

 

 

Share This